Woerden 7
Scheepstype Zwammerdam
De ‘Woerden 7' past in de familie van de Romeinse pramen of platbodems, waarvan de bekendste voorbeelden afkomstig zijn uit Zwammerdam. Daar werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw, even buiten het castellum, een zestal schepen aangetroffen die tot ver in Europa beroemd zijn geworden. Bij het scheepstype gaat het om betrekkelijk eenvoudige vaartuigen met een horizontale platte bodem en verticaal gestelde boorden. De bodemplanken bestaat uit verschillende vlakgangen die in de lengterichting van het schip liggen. Op de overgang van bodem naar boord bevindt zich geen naad. Het hout bestaat daar uit één stuk, anders gezegd: is uit een en dezelfde boomstam uit gehakt. Dit zogenaamde L-vormige kimhout is een kenmerkend gegeven voor Romeinse pramen. Hiertegen aan zijn een of meer boordgangen gespijkerd.
Reconstructie van het type platbodem Zwammerdam. [tekening uit Th. Maarleveld en E.J. van Ginkel & Maarleveld, 1990]
De stevigheid van het schip wordt mede bepaald door de binnenscheepse constructie (inhouten). Deze bestaat uit spanten (leggers) die over de breedte van het schip zijn geplaatst. Ze zijn met ijzeren, gesmede spijkers vastgezet aan de bodem (vlak) van het schip. Daarbij zijn de nagels zowel van binnenuit, als vanaf de buitenzijde gespijkerd en vervolgens omgeslagen of geniet. Aan één van de twee uiteinden van elke legger bevindt zich een natuurlijk gegroeide tak (knie) die onder een hoek omhoog steekt. Deze knieën zijn tegen de boorden aangespijkerd. Soms is ook nog aan de andere zijde van een legger, dus daar waar zich geen natuurlijke vergroeiing bevindt, een niet-natuurlijk gevormd stuk hout (oplanger) in de legger geplaatst middels een pen-gat-verbinding en aan het boord verspijkerd. De leggers met de natuurlijk gevormde knieën zijn meestal om en om gesteld. Op de schepen heeft zich altijd een mast bevonden, hetgeen aantoonbaar gemaakt kan worden door de aanwezigheid van een mastspoor waarin de mastvoet heeft gestaan en dikwijls ook delen van een mastbank. De mast stond op ongeveer 1/3 van het schip gerekend vanaf de voorzijde. Het mastspoor bestaat vaak uit een vierkante tot rechthoekige gat in een lang stuk hout dat het zaathout wordt genoemd. Dit zaathout kan zowel over de lengte als over de breedte van het schip zijn geplaatst. Hieruit volgt dat er grote verschillen in lengte van het zaathout bestaan. Zaathout dat in de lengte van het schip ligt is dikwijls door middel van inkepingen over de leggers heen geplaatst en aan enkele leggers verspijkerd.
© Copyright Hazenberg Archeologie